START WELKOM INHOUD NIEUWS WEBSITES CONTACT DONEREN

TEKSTEN:
ARCHIEF INDEX

BLOGS:
SNIPS' AUTOLYSE
IN DE ZANDBAK
FRITS SNIPS

CURSUS:
AUTOLYSE
MEDIA: STREETLIFE PICS
STREETLIFE VIDS
E-BOEKEN
AUTOLYSE VIDS
MUZIEK

NIEUWS ARCHIEF
FACEBOOK

VERVERSEN
 FRITS SNIPS
Na de dood (18-11-2019)

Toen mijn moeder in 2015 stierf, bleek dat zij een brief had geschreven met daarin haar laatste woorden aan de familie en haar wensen voor haar crematie. Ik zal het briefje hier niet integraal gaan plaatsen, omdat dit vanzelfsprekend persoonlijk is, maar het einde wil ik jullie niet onthouden; bij wijze van voorbeeld.

Ze eindigde haar brief met:
“Mijn leven is voor mijn gevoel goed verlopen. Dus – jullie allemaal – niemand uitgezonderd, bedankt dat jullie in mijn leven waren. En heel veel liefs van Evie

Huishoudelijke mededeling.
Ik ben geen donor! En ik wil niet dat andere mensen mij nog
kijken A.U B.

Muziek!
Paul Weller – Wild wood
Bob Seger – Like a rock
The Alan Parsons Project – Old and wise”
We vonden het allemaal heel mooi dat ze dit achter had gelaten en vanzelfsprekend namen we ons allemaal voor om ook zoiets te doen.

Vanochtend werd ik wakker met het bovenstaande in mijn gedachten en nam me voor om vandaag dan eindelijk zo’n brief te gaan schrijven; maar toen ik begon met schrijven, merkte ik dat iets mij tegenhield. Het was niet de angst voor de dood of het doodgaan, want die heb ik niet (ik ben in principe elk moment klaar om te sterven), en het was ook niet dat ik niet wist wat te schrijven. Het was puur dat ik er het nut niet van inzag, omdat het me werkelijk niet iets kan schelen wat er na mijn sterven wel of niet gebeurt.

Een reden waarom ik zo’n brief zou schrijven, zou zijn om de nabestaanden iets mee te geven, iets na te laten, maar ik heb niets om na te laten. Als ze na mijn dood mijn huis goed doorzoeken, vinden ze vanzelf alle informatie die ze nodig hebben om mijn ‘zaken’ af te handelen, in mijn telefoon staan de telefoonnummers van de mensen die geïnformeerd zouden moeten worden, in mijn computer staan nog veel meer gegevens over mij en ligt ergens een schrift met de nodige wachtwoorden (en ja, ik weet, dat mag niet, want dan kunnen mensen die zien en misbruiken, maar ik heb niet de gewoonte om zo spastisch en krampachtig door het leven te gaan).

Een andere reden, de reden die mijn moeder waarschijnlijk had, is om de kans te hebben mijn nabestaanden iets te vertellen en hen te laten weten welke muziek er gedraaid moet worden. Deze reden bestaat voor mij niet meer. Ik heb niets meer te vertellen, niet meer dan ik al tijdens het leven doe (en na mijn dood dus heb gedaan) en welke muziek er gedraaid wordt kan mij eigenlijk niet zo heel veel meer schelen.

De begrafenis of crematie — als dat tegen die tijd nog mag ten opzichte van het stikstofbeleid en de klimaatregels — is uiteindelijk alleen voor de nabestaanden. Het is hun kans om voor de laatste keer afscheid te nemen van de overledene. Het lijkt mij dus veel beter dat zij een afscheid organiseren die het beste werkt voor hen. Met andere woorden, verras me maar!

Wat het schrijven van de brief ook tegenwerkt is mijn absolute overtuiging —niet als mentaal verzinsel, maar als directe ervaring — dat dit leven op aarde het dromen van een droom is. Zolang er de identificatie met het gedroomde lichaam bestaat, lijkt het allemaal heel erg echt, maar zodra je een stap naar achter doet en er van een afstand naar kijkt, is er geen andere conclusie mogelijk: dit is het dromen van een droom. Het is niet echt en het vindt niet werkelijk plaats. Dit houdt in dat er nooit iemand geboren is en vanzelfsprekend nooit iemand dood kan gaan.

Dat wat ik werkelijk ben is de context waarin het dromen — de content — plaatsvindt. Alleen de context is waar, de content niet. En dat is niet wat ik alleen ben, het is wat iedereen en alles is dat als schijnbare content verschijnt binnen de context. Ik weet niet wat er gebeurt na het afleggen van het lichaam. Ik weet niet wat er met het schijnbare punt van perspectief dat we ‘Frits’ noemen gebeurt wanneer dit het lichaam verlaat, dus misschien zal ik gewoon aanwezig zijn bij mijn begrafenis. Niet als lichaam, niet als ‘Frits’, maar misschien als een soort van lichaamsloos bewustzijn, en dan zie ik wel wat voor moois jullie er van hebben gemaakt.

Evenzogoed kan het ook zo zijn dat met het einde van ‘Frits’ het dromen ophoudt en dat er niets overblijft. Geen overleden lichaam, geen begrafenis, geen nabestaanden, geen aarde en geen universum. Ik weet het niet, maar uiteindelijk ga ik het een keer meemaken. Ik ben daar erg benieuwd naar.