START WELKOM INHOUD NIEUWS WEBSITES CONTACT DONEREN

TEKSTEN:
ARCHIEF INDEX

BLOGS:
SNIPS' AUTOLYSE
IN DE ZANDBAK
FRITS SNIPS

CURSUS:
AUTOLYSE
MEDIA: STREETLIFE PICS
STREETLIFE VIDS
E-BOEKEN
AUTOLYSE VIDS
MUZIEK

NIEUWS ARCHIEF
FACEBOOK

VERVERSEN
 IN DE ZANDBAK
Hoe Ik ‘Het’ Ervaar — (310718)

De vraag luidt: Hoe functioneer je in dat wat niet waar is (de droomstaat) als iemand die niet bestaat en hoe wordt dat ervaren? Ik ga niet (meer) beweren dat ik weet hoe het zit en dat het werkelijk is zoals ik zeg dat het is, maar ik deel de ervaring zoals die hier wordt ervaren. Wat ik beschrijf en deel is hoe hier ervaren wordt dat het is; of dit werkelijk zo is kan alleen door jou worden bevestigd door er mee aan de slag te gaan en door zelf te gaan kijken. Ik kan jou nergens van overtuigen net zoals jij mij nergens van kan overtuigen; we kunnen alleen voor onszelf vaststellen wat (voor ons) waar is door het zelf te gaan bekijken. Ik hoef geen gelijk te hebben en het is geen groepsproject.

Wat mij opvalt, is dat — om het maar eens dualistisch te stellen — beide zijden in het spirituele spectrum — zij die zoekende zijn en zij die geloven dat ze het hebben gevonden — moeite hebben om te begrijpen wat of hoe de andere zijde is en niet werkelijk in staat zijn om te zien dat beide zijden hetzelfde gegeven zijn. Mensen die deze wereld als werkelijke massieve realiteit ervaren begrijpen niet hoe ik hier kan zijn terwijl ik beweer dat ik niet dit lichaam en die ‘ik’ ben, terwijl mensen die ‘het licht hebben gezien’ en zichzelf als ‘spiritueel verlicht’ presenteren niet kunnen of niet willen begrijpen waarom ik me soms zo druk maak om wat het “Frits-lichaam” overkomt in deze illusionaire wereld. Maar het is niet het één OF het ander, het is het één EN het ander; het is alles inclusief.

Als we het vergelijken met een munt, dan heeft die munt twee zijden terwijl het toch gewoon die ene munt is. De ene zijde kan de andere zijde niet zien en de andere zijde kan die ene zijde niet zien. Niettemin kan de ene zijde niet zonder de andere zijde bestaan en zonder beide zijden is er geen munt. Het geheel is één en dezelfde munt. Zoals de munt twee zijden heeft, heeft dit bestaan twee realiteiten die niet los van elkaar kunnen bestaan en samen ‘X’ vormen.

Binnen dit verhaal blijf ik het geheel waarin alles schijnbaar plaatsvindt of verschijnt ‘X’ noemen, omdat namen verwarrend zijn. Het wordt vele namen gegeven die in feite nergens op zijn gebaseerd, aangezien wij vanuit de realiteit waarin we ons schijnbaar of blijkbaar bevinden niet kunnen weten wat het is, hoe het is, waarom het is of zelfs waar het is als het al ergens is… laat staan dat we kunnen weten hoe het heet. Bovendien, zodra er een naam aan wordt gegeven, maakt het denksysteem er een object van waar we ons van kunnen verwijderen of waarnaartoe we kunnen reizen, wat we kunnen verkrijgen of verliezen. ‘X’ is geen object, het is niet iets.

Het verschil met het voorbeeld van de munt is dat, betreffende de twee realiteiten van dit bestaan, er slechts één waar is. De ene realiteit is ‘Wat Is’ en de andere realiteit is dan automatisch ‘Wat Niet Is’. ‘Wat Niet Is’ zal ik vanaf nu de Droomstaat noemen. Omdat de regel “geen twee” is en er twee zijden zijn, dan kan er maar één zijde werkelijk waar zijn. De niet-ware of onware zijde (‘Wat Niet Is’) kunnen we zien als ‘dromen’, aangezien dromen en dat wat wordt gedroomd, ook niet waar zijn; vandaar de term ‘Droomstaat’.

De Droomstaat komt voort uit de beweging of het gebeuren ‘dromen’ dat schijnbaar plaatsvindt in of vanuit ‘Wat Is’ (de zijde die waar is). Dit ‘dromen’ en de Droomstaat is het enige dat wij als lichaam-geest-systeem — en ik specifiek als dit “Frits-lichaam” — kunnen ervaren en wat we ‘leven op aarde in dit universum’ noemen. Houdt in gedachten dat er niet werkelijk gedroomd wordt door iets of iemand, maar de beweging vanwaaruit de onware zijde, leven op aarde, schijnbaar of blijkbaar ontstaat is te vergelijken met ‘dromen’, dus dat woord gebruik ik hiervoor.

Voor alle duidelijkheid, of misschien voor alle onduidelijkheid, maak ik even kort gebruik van het Yin en Yang symbool: ‘Wat Is’ (Yin) en de Droomstaat (Yang) zijn tezamen ‘X’ (het symbool). Yin is en Yang is een onware verschijning in- of vanuit Yin, dus Yin is en Yang is niet. Niettemin kan ‘X’ (het symbool Yin en Yang) niet bestaan zonder de Droomstaat (Yang) omdat Yin niet Yin kan zijn zonder Yang. De Droomstaat is niet een vergissing of een fout, het lijkt een noodzakelijkheid te zijn voor ‘X’ om te kunnen bestaan.

Ander voorbeeld: Als we ‘X’ ‘BEWUSTZIJN’ zouden noemen, dan is ‘Wat Is’ dat wat bewust is en is de Droomstaat hetgeen waarvan ‘Wat Is’ bewust is. Zonder hetgeen waarvan ‘Wat Is’ bewust is, is ‘Wat Is’ nergens van bewust en is ‘X’ niet ‘BEWUSTZIJN’. Hoe je het ook wendt of keert, de Droomstaat lijkt een absolute noodzakelijkheid te zijn voor ‘X’ om te bestaan.

Weet ik dit zeker? Nee, natuurlijk niet… het is niet zeker te weten, maar het lijkt hier wel zo te zijn.

Onze direct te ervaren realiteit is ‘dromen’. Dat is een gebeuren en niet iets dat door iets of iemand gedaan wordt. Er wordt niet gedroomd, er is alleen ‘dromen’ — of: er vindt dromen plaats — en wijzelf zijn niets meer dan gedroomde realiteit (dus: schijnbare realiteit) binnen het ‘dromen’. Dat is de enige zijde, de enige realiteit, die wij als schijnbare entiteiten kunnen zien en ervaren.

Wij zijn niet in staat om de andere zijde (‘Wat Is’) te zien, maar we kunnen ons als gedroomde entiteiten wel voorstellen en realiseren dat die zijde er moet zijn. We kunnen ons realiseren dat ‘Wat Is’ is en dat de Droomstaat niet is, en dat ‘Wat Is’ en de Droomstaat samen ‘X’ zijn. Dit, en niets meer dan dat, is wat Jed McKenna “Truth-Realisation” (TR) noemt (vertaling: “Waarheid-Realisatie”); de realisatie dat Waarheid moet bestaan, maar dat dit hier dat niet is. Die realisatie is niet iets wat gedacht of bedacht wordt door het denken, maar iets wat buiten het denken om blijkbaar gezien kan worden.

Oké, de volgende stap! Binnen het ‘dromen’ besta ‘ik’ in de vorm van het “Frits-lichaam”. Dat is in feite het enige dat ‘ik’ zeker weet: ik besta. Voorbij de vaststelling dat ik besta is niets zeker en kan ik niets weten. In feite kan ik zelfs niet weten of ik in deze realiteit besta of dat deze realiteit werkelijk bestaat. Binnen het spirituele wereldje wordt veelal ‘Ik Ben’ gebruikt in plaats van ‘ik besta’ en wordt dat zelfs verbasterd tot HET ‘Ik Ben’, alsof het iets anders of iets hogers is dan de simpele vaststelling dat ik binnen deze droomrealiteit schijnbaar besta. Er wordt gezegd dat Ramana en Nisargadatta het ook over ‘Het Ik-Ben’ hadden, maar ik kan dat niet verifiëren en betwijfel het ten zeerste. Ik vermoed dat het een vertaalfout is.

Mijn persoonlijke ervaring is dat deze realiteit een gedroomde realiteit is en dus niet werkelijk bestaat, waardoor het idee dat ik besta alleen aangeeft dat ik besta in een gedroomde realiteit en dus zelf ook een gedroomde realiteit moet zijn. Niettemin is mijn enige mogelijke ervaring de ervaring dat ik besta in dit hier en daarmee is dat het enige dat ik zeker weet. Het idee dat ik ‘Wat Is’ ben (of: ‘Het Alles’) waarin het ‘dromen’ plaatsvindt, is een aanname en niet iets wat ik zeker kan weten. Ik, als “Frits-lichaam”, ben niet dat wat werkelijk is en daarbuiten kan ik niet weten wat ik wel of niet ben; elke vorm van een ‘ik’ buiten de Droomstaat is een aanname die nooit geverifieerd kan worden. Zo kan het ook niet zo zijn dat ‘ik’ dit droom, aangezien ik alleen besta in de droom en niet er buiten.

Het is als een tekenfilmkarakter dat alleen in die tekenfilm bestaat. Het tekenfilmkarakter weet in de tekenfilm dat hij bestaat en heeft de ervaring ergens in te bestaan, maar dat is iets wat hij nooit zeker kan weten, aangezien hetgeen waarin hij bestaat niet werkelijk bestaat… omdat het het een tekenfilm is. Zolang het tekenfilmkarakter gelooft dat hij een echt karakter is, neemt hij aan dat wat hij ervaart de realiteit is, maar in werkelijkheid is het een tekenfilmrealiteit en maakt het niet uit wat hij wel of niet gelooft — geen enkel geloof verandert iets aan hoe iets werkelijk is. Wanneer hij zich realiseert dat zijn realiteit een tekenfilm is, zal hij zich realiseren dat hijzelf een tekenfilmkarakter is en net zoals zijn omgeving niet werkelijk bestaat. Houdt het tekenfilmkarakter daarmee op te bestaan? Nee, blijkbaar niet, zo is de ervaring hier.

Wat betekent dit voor mijzelf? Dit betekent dat ik besta, maar ik besta alleen in de Droomstaat en nergens anders. Dankzij de realisatie dat dit een Droomstaat is — met andere woorden, het resultaat van ‘dromen’ — realiseer ik me dat ook ik het resultaat van ‘dromen’ ben — met andere woorden, een droomkarakter. Alles wat ik meemaak, alles wat ik ervaar, alles wat ik voel en alles wat me overkomt, is het resultaat van ‘dromen’ en vindt niet werkelijk plaats, maar ik — als dat droomkarakter — ervaar het op het moment dat het plaatsvindt binnen het ‘dromen’ als werkelijk, aangezien ik besta in deze droomrealiteit en nergens anders.

Omdat ik als droomkarakter weet dat het ‘dromen’ is, reageer ik alleen op gebeurtenissen wanneer die plaatsvinden. Ik sla het niet op en neem het niet mee naar ergens in de toekomst waar ik me er druk over ga maken terwijl het alleen een herinnering is en niet iets dat daadwerkelijk plaatsvindt en ik projecteer ook niet mogelijke gebeurtenissen als gevolg van wat er nu gebeurt op of in een toekomst die niet bestaat. Zo maak ik me ook niet druk over het schijnbare verleden, aangezien ook dat alleen herinneringen zijn die op dit moment niet plaatsvinden. Bovendien, en zeker niet onbelangrijk, is het gegeven dat ik me realiseer dat ik een droomkarakter in de Droomstaat ben en dat er in feite niet werkelijk iets gebeurt, iets wat de scherpe kantjes overal vanaf haalt.

Mijn reacties op gebeurtenissen hier en nu kunnen verschillende vormen aannemen; blij, boos, liefdevol, met haat, noem maar op — niets menselijks is dit “Frits-lichaam” vreemd — maar het blijft niet hangen. Wat je vandaag van me vindt en tegen me zegt neem ik niet per se mee naar morgen en kan ik dus niet voor of tegen je gebruiken. Als er een auto op me afrijdt dan spring ik opzij, maar ik ga niet de komende tien jaar bang zijn voor auto’s die wellicht wel of niet op me af zullen gaan komen rijden.

Op eenzelfde manier wordt dat wat ik hier ben soms depressief, maar dat is slechts wat hier op dat moment gebeurt binnen het ‘dromen’. Het is niet echt waar, het vindt niet werkelijk plaats, het gebeurt niet, maar zolang ik besta wordt het ervaren door dit droomkarakter, dit “Frits-lichaam”, en neemt het dat serieus binnen de context van het ‘dromen’. Deze depressies hebben minder impact omdat ik me alleen bezig houd met dit moment waarop ik dan (in dit voorbeeld) depressief ben. Ik denk niet na over hoelang ik al depressief ben en maak me niet druk over hoelang deze depressie misschien zal gaan duren; het ‘gisteren’ en ‘morgen’ van de depressie is niet iets wat speelt.

Het punt is dit: alles wat gebeurt binnen het ‘dromen’ is 100% ‘echt’ voor het droomkarakter en wordt ook zo ervaren; het enige wat hier kan gebeuren is dat gezien wordt dat ik dát niet ben. Als dit voor mij geldt, dan moet het ook voor jou gelden, en niet morgen of straks, maar nu. Dat kan een lichter bestaan opleveren; dat doet het voor mij, maar dat hoeft natuurlijk niet voor iedereen zo te zijn.

Maar — en dat is een GROTE maar — iedereen die dit inziet en zich vervolgens actief in woord en daad dissocieerde van het lichaam en die schijnbare ik — zoals heel veel spirituele mensen doen en wat een mentale actie is, bedacht vanuit het denken — speelt mijns inziens een mind-game en houdt zich letterlijk voor de gek. Dat is het tegenovergestelde van ‘ontwaakt zijn’ of ‘verlicht zijn’ en is niets anders dan een nieuwe meer spirituele slaap. Ik vermoed dat, als ik met een klein zaagje langzaam de vingers van die mensen ga afzagen, zij zich vrij snel zullen identificeren met dat lichaam van hen en dat er weinig overblijft van hun spirituele rust en gelukzaligheid. Maar ook dat weet ik niet zeker.

Ontwaken is niet de realisatie dat je wat anders bent dan dit hier op aarde en dat je dus losstaat van alles wat hier schijnbaar gebeurt; het is de realisatie dat je alleen maar dit hier op aarde bent, maar dat ‘dit hier op aarde’ niet waar is. Hierdoor ben je tegelijk ook niet dit hier op aarde, ben je dat nooit geweest en zul je dat nooit zijn. In absolute waarheid besta je niet, heb je nooit bestaan en zul je nooit bestaan, maar niettemin, zoals ik al zei, is dit hier het enige wat je schijnbaar bent en het enige dat je ooit zal zijn, ook al is het niet echt waar.

We zijn niet sterrenstof of God of Het Alles of Dat Wat Is of allemaal EEN of wat dan ook; we zijn alleen dit gedroomde karakter binnen het ‘dromen’. Wij zijn niet dat wat dit ervaart of wat dit droomt, wij zijn wat ervaren wordt tijdens het ‘dromen’ en als de droom stopt, stoppen wij — en niet alsof we nooit hebben bestaan, maar omdat we nooit hebben bestaan.

Ik ben alleen dat wat nu bestaat in de Droomstaat als gevolg van ‘dromen’. Het enige waarmee ik direct te maken kan hebben is dat wat er binnen dat ‘dromen’ plaatsvindt en dat is dus allemaal iets wat niet werkelijk bestaat en niet werkelijk plaatsvindt! Buiten dit hier, zoals in ‘Wat Is’, ben ik niets en zal ik nooit iets zijn, besta ik niet en zal ik nooit bestaan, maar zolang ik hier schijnbaar besta zal ik alles precies zo ervaren zoals ieder ander het ervaart die schijnbaar bestaat in deze Droomstaat.

Alleen, dankzij de realisatie dat dit niet werkelijke realiteit is maar ‘dromen’ — een realisatie die waar is of niet waar is, dat is aan jou om voor jezelf vast te stellen — is de impact minder heftig en is het effect tijdelijk en blijft ‘gedoe’ korter door modderen. Het feit dat ik weet dat dit ‘dromen’ is, betekent dat, hoewel ik weet dat ik besta en doe alsof ik besta en het 100% serieus neem — zoals een goede acteur zijn rol op het toneel ook 100% serieus neemt — ik tegelijk weet dat ik ook hier niet werkelijk ben en dat wat gebeurt niet werkelijk belangrijk is en dat wat ik doe er niet toe doet en het niet absoluut serieus is. Zoals ik al eerder zei: het is niet het één of het ander maar het één en het ander — het is alles en niets; alles inclusief en niets exclusief!

In feite wordt er de rol “Frits” gespeeld in een verzonnen verhaal en wordt het spelen van die rol en alles wat dat karakter meemaakt en ervaart 100% serieus genomen tot het karakter van het toneel stapt of uit het stuk wordt geschreven. De acteur weet dat hij een rol speelt, maar zolang hij de rol speelt is hij dat karakter. Niemand wil komen kijken naar een toneelstuk waarin de acteur steeds roept dat het niet echt waar is en dat het maar een rol is die hij speelt. Als hij sterft wil het publiek geloven dat hij echt sterft, en ondanks dat de acteur weet dat het niet zo is, doet hij toch alsof het wel zo is. Wat de meeste acteurs niet weten en ook niet willen weten, is dat wanneer ze klaar zijn met het spelen van hun rol en ze van toneel afstappen, er nooit een acteur heeft bestaan.

Tot zo ver, voor nu. Geen idee of ik alle vragen die men mij heeft gesteld heb beantwoord en om heel eerlijk te zijn kan dat me ook niet zo heel veel schelen. Voor mij was dit een goede exercitie.