START WELKOM INHOUD NIEUWS WEBSITES CONTACT DONEREN

TEKSTEN:
ARCHIEF INDEX

BLOGS:
SNIPS' AUTOLYSE
IN DE ZANDBAK
FRITS SNIPS

CURSUS:
AUTOLYSE
MEDIA: STREETLIFE PICS
STREETLIFE VIDS
E-BOEKEN
AUTOLYSE VIDS
MUZIEK

NIEUWS ARCHIEF
FACEBOOK

VERVERSEN
 IN DE ZANDBAK
Paradox van Wel en Niet Zijn — (201218)

Waar ik af en toe tegen aanloop — wat nog een puntje van focus is, als het ware, hoewel ik het wel ‘gezien’ heb en ‘begrijp’ —, is de paradox van aan de ene kant niet dit lichaam zijn en dus niet op deze aarde zijn (want er is geen aarde) en aan de andere kant de schijnbare directe ervaring in dit lichaam te bivakkeren en het te gebruiken als middel op deze niet bestaande aarde en deze niet bestaande schijnbare realiteit.

Met andere woorden, ik ben niet dit lichaam met dat brein maar dit lichaam met dat brein is wel het (wellicht enige) punt van perspectief dat gebruikt wordt om deze schijnbare realiteit te beleven.

Mijn aandacht werd hierop weer gevestigd door een blog van Annelies Ekeler (Illusje), dat je ter informatie hier kunt lezen, en het feit dat dit lichaam in deze schijnbare realiteit last heeft van psychosomatische klachten (pijn in rug en schouder, depressie, etc.). Deze klachten, die niet ingebeeld zijn maar daadwerkelijk fysiek ervaren klachten zijn, zijn het gevolg van een beschermingsmethode in het onbewuste deel van het brein om te voorkomen dat bepaalde zaken in datzelfde onbewuste deel van het brein naar boven borrelen in het bewuste deel van het brein. De gecreëerde pijn is bedoeld om de aandacht af te leiden van wat er aan bagger rond krioelt in dat onbewuste deel van het brein.

Om deze klachten kwijt te raken, moet er gekeken worden naar dat wat naar boven wil borrelen. Met andere woorden, er moet gekeken worden naar de geschiedenis van het lichaam dat we ‘Frits’ noemen. Zie daar het dilemma! Met deze actie geef ik schijnbaar het lichaam een echtheid die het niet verdient, maar als ik dit niet doe, dan kan ik dit lichaam niet als een volledig en goed functionerend middel gebruiken in deze schijnbare realiteit.

Binnen de Advaita en Nondualiteit (en ook andere spirituele stromingen) wordt er veelal gebezigd dat, wanneer er ingezien wordt dat dit allemaal een Droomstaat is, een illusie, er ook ingezien wordt dat jij niet dat lichaam bent, omdat dit een inherent onderdeel is van die illusie. Daarom hoef jij je niet meer te focussen op dat lichaam met zijn schijnbaar verleden, want het is toch allemaal niet waar. De pijn is niet jouw pijn, de depressie is niet jouw depressie en het trauma (indien aanwezig) is niet jouw trauma en zolang je nog last hebt van die pijn, van die depressie of dat trauma, dan ben je nog niet ‘verlicht’ of ‘wakker’.

Volgens mij is dat letterlijk enorme bullshit en ik wil echt met alle liefde zo’n ‘verlicht’ figuur een etmaal op zijn bakkes timmeren om te zien of hij daarna nog steeds ‘verlicht’ is — en dit is waarschijnlijk ook meteen de reden waarom hetgeen ik verkondig, en daarmee ikzelf, niet verwelkomd en omarmd wordt door deze spirituele stromingen.

Mijn idee is als volgt: Hoewel dit hier illusie is en hoewel dit lichaam niet werkelijk bestaat en ik dat dus niet kan zijn, is dit wel de enige realiteit waarmee ik op dit moment, dit-nu-hier, te maken heb. Het werken aan dit lichaam — fysiek of mentaal, maar zonder daadwerkelijke identificatie met dat lichaam — kan er voor kan zorgen dat het een beter functionerend middel is binnen deze illusie.

Het is net zoiets als wanneer je in je auto rijdt en je steeds iets hoort ratelen, op een gegeven moment ga je op zoek naar wat dat is zodat de auto beter kan rijden. Op geen enkel moment komt het in je op om te denken dat jij die auto bent, lijkt mij. Volgens mij is het een geweldig idee om wat tijd aan te besteden aan het beter laten functioneren van dit lichaam, maar dat betekent niet dat ik opeens weer geloof dat ik dit lichaam ben of dat het bestaat — hoewel dit een paradox lijkt te zijn.

Op dit punt kwam de blog van Annelies als geroepen, waarin ze de volgende opmerking van Kenneth Wapnick citeert:
“In een belangrijke uitspraak in het Tekstboek [van Een Cursus In Wonderen – Red.], die ik al eerder citeerde, vat Jezus de metafysica van Een cursus in wonderen en zijn houding tegenover de illusoire wereld van fenomenen puntig samen:
‘Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen. (T18.VI.4:7-8)’
Hier zien we de kern van het verschil van Een cursus in wonderen met vrijwel elke andere spiritualiteit die onderwezen wordt, want hij weerspiegelt een puur nondualistische metafysica die desalniettemin het lichaam en de fysieke wereld niet kleineert, wegwuift, of verafgoodt. Zolang wij geloven dat het lichaam en de wereld echt zijn, behandelt Jezus deze in zijn onderricht in de Cursus alsof ze echt waren; in werkboekles 184 vinden we een prachtig voorbeeld van dit lesprincipe:
‘Het zou inderdaad vreemd zijn als je gevraagd werd aan alle symbolen van de wereld voorbij te gaan en ze voor altijd te vergeten, en jou toch werd gevraagd een onderwijzende functie op je te nemen. Het is voor jou nodig de symbolen van de wereld een tijdje te gebruiken. Maar laat je er niet tevens door misleiden. Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is waar ware communicatie kan worden gevonden.’
Dit brengt mij enige helderheid ten opzichte van de paradox. Bovendien versterkt het bij mij het idee dat ik heb dat het op dit moment noodzakelijk is om in het verleden van ‘Frits’ te duiken en daarmee in het onbewuste deel van zijn brein. Het is de enige manier die ik zie om van dit lichaam het meest optimale middel te maken voor zijn handelingen binnen deze schijnbare realiteit. Want laat ik even bloed eerlijk zijn, zolang ik mij hier nog schijnbaar in deze realiteit bevind is het helemaal correct dat ik doe alsof ik ‘Frits’ ben, want het is onmogelijk dat er fouten worden gemaakt.

In feite is het ont-kennen van iets, zoals het lichaam of jouw identiteit, hetzelfde als het er-kennen van datzelfde iets. Wanneer je het ontkent dan erken je dat het er is, anders kun je het niet ontkennen. Ik geef toe dat ik in het verleden heb geschreven dat ik niet dit lichaam ben en dat ik niet besta — en dat is ook zo — maar ontkennen dat ik niet in dat lichaam bivakkeer is een misvatting. Daarom is het zo belangrijk om nooit aan te nemen dat je ‘klaar’ bent, er is namelijk altijd ‘verder’. Mijn ‘verder’ is nu eerst orde op zaken brengen in dit lichaam en in het onbewuste deel van dat brein zodat ik het zo efficiënt mogelijk kan gebruiken binnen deze schijnbare realiteit.

Voor mij klinkt dit heel erg logisch, maar als er iemand is die een denkfout detecteert, dan hoor ik dat graag.