START WELKOM INHOUD NIEUWS WEBSITES CONTACT DONEREN

TEKSTEN:
ARCHIEF INDEX

BLOGS:
SNIPS' AUTOLYSE
IN DE ZANDBAK
FRITS SNIPS

CURSUS:
AUTOLYSE
MEDIA: STREETLIFE PICS
STREETLIFE VIDS
E-BOEKEN
AUTOLYSE VIDS
MUZIEK

NIEUWS ARCHIEF
FACEBOOK

VERVERSEN
 IN DE ZANDBAK
Het Dromen van een Droom — (300518)

Als ik ’s nachts in bed lig en in slaap val, bestaat er de kans dat er een droom ontstaat. Die droom speelt zich niet af in de werkelijkheid, maar ergens in mijn hersens… dus simpel gezegd, in mijn hoofd. In die droom is er een personage dat de hoofdpersoon is, de held van de droom. Dit personage lijkt op mij. Het heeft mijn lichaam, heeft mijn gezicht en gedraagt zich ongeveer zoals ik mij ook zou gedragen, waardoor de slapende ik het gevoel heeft dat de droom heel erg echt is omdat ik het schijnbaar meemaak en ik mijzelf daar schijnbaar in bevind.

Wanneer ik in de ochtend wakker word en ik herinner mij die droom, dan zal ik naar alle waarschijnlijkheid zeggen of denken: ‘ik heb gedroomd,’ of: ‘ik ben aan het dromen geweest.’ Dit is natuurlijk niet waar, aangezien ik niet ben gaan slapen met de intentie om te gaan dromen en ik heb niet besloten om te gaan dromen. Het dromen ontstond spontaan terwijl ik in diepe slaap was. Ik was compleet van de wereld en ergens ontstond er die droom waarover ik geen zeggenschap had en waarvan ik niet van te voren had besloten waarover het zou gaan.

Het idee dat, omdat de droom ogenschijnlijk in mijn hoofd plaatsvindt, ik daarom de dromer van die droom ben, is pure aanname. Het is het achteraf claimen van een droom waarmee ik eigenlijk simpelweg geen ene fuck te maken heb gehad. Tijdens het dromen denk ik niet dat het mijn droom is maar geloof ik dat het werkelijk gebeurt, pas in de ochtend beslis ik achteraf dat het mijn droom is geweest. Maar het was niet mijn droom, want ik lag in diepe slaap en vervolgens ontstond er spontaan een droom waarvan ik niet de eigenaar ben en waarover ik geen zeggenschap heb of heb gehad. Dit is een belangrijk punt, want als ik die droom claim als mijn droom dan neem ik mijzelf in de zeik met iets wat simpelweg niet waar is!

Terug naar het dromen. Als ik wil, kan ik het hoofdpersonage in de droom tijdens het dromen trainen om zich tijdens het dromen te realiseren dat er ‘dromen’ aan de gang is. Dit heet lucide dromen. Dit betekent niet opeens dat ik aan het dromen ben, niet dat ik mijzelf realiseer dat er dromen gaande is of dat ik het dromen overneem, aangezien dit lucide dromen nog steeds in de droom plaatsvindt en dus onderdeel is van het dromen. Wat er tijdens het lucide dromen gebeurt is dat het personage in de droom, de held van de droom, wakker wordt in de droom en zich realiseert dat hij zich in een droom bevindt — maar ik ben niet dat hoofdpersonage, ik ben niet die held, want tijdens dit lucide dromen lig ik nog steeds in bed en ben ik in diepe slaap. Het is nog steeds niet zo dat ik die droom droom en dat ik nu degene ben die deze droom lucide droomt, noch dat ik nu wakker ben in de droom of dat ik mij realiseer dat ik aan het dromen ben. Het enige dat schijnbaar wakker is in de droom is het hoofdpersonage, de held in de droom en, nogmaals, voor alle duidelijkheid: dat ben ik niet!

Dit dromen van een droom is wat er naar mijn bescheiden mening — of soms niet zo bescheiden mening — overdag ook gebeurt en wat wij allemaal ons leven noemen. Kort gezegd ziet het er zo uit:

Er is ‘iets’ waarin het dromen plaatsvindt — zoals er ’s nachts in mij het dromen plaatsvindt. Dit betekent niet dat er ‘iets’ is dat droomt, het betekent alleen dat er ‘iets’ is waarin het dromen plaatsvindt. In die droom is er een hoofdpersonage, maar dat is niet dat ‘iets’ — net zoals ik niet het hoofdpersonage ben tijdens het nachtelijke dromen. Dit hoofdpersonage maakt tijdens dit dromen van de droom schijnbaar van alles mee en gelooft dat het allemaal echt gebeurt.

Dit hoofdpersonage, de held tijdens het dromen dat in dit ‘iets’ plaatsvindt, ervaart dat er van alles gedaan, gevoeld, gehoord, gezien, geroken en geproefd wordt en wordt achteraf — dus wanneer er al gedaan, gevoeld, gehoord, gezien, geroken en geproefd is (m.a.w., de actie is voorbij) — aangewezen als degene die alles gedaan, gevoeld, gehoord, gezien, geroken en geproefd heeft. Dit personage gelooft opeens dat het degene is die alles doet, waarmee dit personage werkelijkheidswaarde heeft gekregen in een gedroomde en dus schijnbare realiteit. De ‘IK’ is geboren… en dat is de ‘IK’ die wij allemaal denken en geloven te zijn: een tijdelijke held tijdens het dromen van een gedroomde werkelijkheid.

Dit hoofdpersonage — wat we ten onrechte als onszelf zien, als ‘IK’ — heeft de mogelijkheid om tijdens dit dromen van de droom in de droom te ontwaken en te zien dat dit niet werkelijkheid is maar het dromen van een droom — net zoals het mogelijk is, voor het personage in de dromen die ’s nachts in mij plaatsvinden, om zich te realiseren dat het zich bevindt in het dromen van een droom. Dit houdt niet in dat dit ‘iets’, waarin het dromen plaatsvindt, wakker wordt, maar dat het personage in de droom, tijdens het dromen van de droom, wakker wordt en zich realiseert dat hij een gedroomd personage in een droom is.

Het gevolg voor mij, althans, voor dat wat ik denk en geloof te zijn, is dat er in die droom, dus tijdens het dromen van de droom, wordt ingezien dat dit hoofdpersonage niet die ‘IK’ is die ik geloof te zijn en dat dit leven niet werkelijk een tastbare realiteit bezit. Dit leven wordt dan gezien voor wat het is — het dromen van een droom — en zoals de held van het nachtelijke dromen zichzelf wakker droomt, zo zal ik — als de held van het dagelijkse dromen — mijzelf tijdens het dromen van de dagelijkse droom uiteindelijk ook wakker dromen.

Het dromen van deze droom is niet echt waar, het is geen werkelijkheid of realiteit, maar het is het enige wat ik als held van de droom kan ervaren tot er een ‘ontwaken’ plaatsvindt. Niettemin, net zoals het hoofdpersonage tijdens het nachtelijke dromen in mij het ontwaken niet overleeft, zal ook ik — als het hoofdpersonage tijdens het dagelijkse dromen in ‘iets’ — er niet zijn om het ontwaken te ervaren.

Wat overblijft is het ‘iets’ waarin het dromen van deze droom schijnbaar plaatsvindt en dit ‘iets’ is het enige ‘iets’ wat er altijd en onveranderlijk is geweest en er dus altijd onveranderlijk in absolute tijdloosheid zal zijn…

… en ‘iets’ leefde nog lang en gelukkig, maar ik ben dat niet.