START WELKOM INHOUD NIEUWS WEBSITES CONTACT DONEREN

TEKSTEN:
ARCHIEF INDEX

BLOGS:
SNIPS' AUTOLYSE
IN DE ZANDBAK
FRITS SNIPS

CURSUS:
AUTOLYSE
MEDIA: STREETLIFE PICS
STREETLIFE VIDS
E-BOEKEN
AUTOLYSE VIDS
MUZIEK

NIEUWS ARCHIEF
FACEBOOK

VERVERSEN
 IN DE ZANDBAK
Het Internet-loze Lichaam — (260119)

Ik schrijf dit op het moment — donderdagmiddag 24 januari — waarop ik alleen bereikbaar ben via mijn mobiele telefoon (waarop ik bijna geen beltegoed meer heb staan). Mijn modem is overleden. Ik heb geen internet en daardoor ook geen vaste telefoonlijn. Ik merk dat dit lichaam-geest-systeem even niet weet wat het moet doen, aangezien veel van zijn bezigheden ten opzichte van vermaak en tijdverdrijf afhankelijk zijn van een internetverbinding.

Als we er voor de lol of ter wille van dit verhaal vanuit gaan dat ik (Frits) de Droomstaat doorzie of ontwaakt ben uit de Droomstaat en dat dit lichaam-geest-systeem verslavingsgevoelig is voor bijvoorbeeld internetten of alcohol, dan kunnen de volgende vragen opkomen:
  • Gaan ontwaakt zijn en verslaving wel samen?
  • Zou de verslavingsgevoeligheid niet moeten verdwijnen wanneer iemand ontwaakt is?
  • Zou het lichaam niet absoluut gelukkig moeten zijn na ontwaking en niet meer gevoelig moeten zijn voor slechte aardse gewoontes?
Wat mij betreft is er geen enkele reden om aan te nemen dat, puur en alleen door het wegvallen van identificatie met het lichaam-geest-systeem — want dat is wat ontwaken uit de Droomstaat is — dit lichaam-geest-systeem zich anders gaat gedragen of iets compleet anders gaat zijn, noch dat het zich anders zou moeten gaan gedragen. Het lichaam-geest-systeem heeft niets te maken met het doorzien van de Droomstaat en de acties en gewoontes van het lichaam-geest-systeem zijn niet een indicatie van de mate of het niveau van wat voor ontwaken dan ook.

Er is ergens onderweg op het spirituele-verlichtings-pad het idee ontstaan — een idee dat de laatste eeuw ook is versterkt en gepromoot door de PR-campagnes van verschillende goeroes — dat ‘verlichte meesters’ — een andere omschrijving van mensen die zijn ontwaakt — de perfectie zelve zijn, alleen maar pure liefde uitstralen en dat alle zonde van hen is afgevallen of bij hen weggenomen. Kortom: Goden op aarde.

Halle-fucking-luja!!!

Niets is minder waar. Een blik in het verleden en de acties van veel ‘verlichte meesters’ openbaart al snel dat dit onzin is. Een groot aantal van hen ging helemaal los nadat de satsang of de ceremonie was afgelopen. Ze dronken alcohol, gebruikten drugs, deden mee aan orgies, in sommige gevallen mishandelden ze mensen, lieten ze (in sommige extreme gevallen) mensen zelfs vermoorden, misbruikten ze mannen, vrouwen en kleine kinderen en deden ze alles wat zo’n beetje elke God had verboden. Niets menselijks was hen vreemd.

Wanneer je ontwaakt uit de Droomstaat — en dat is wanneer er de realisatie is dat jij niet dit lichaam bent en dat jij niet hier bent — dan ‘zie’ je dat het lichaam net zo hard een onderdeel van de Droomstaat is en daardoor net zo onwaar en verzonnen als die Droomstaat.

Dit gedroomde lichaam doet wat het doet en zal blijven doen wat het doet; het voordeel van ontwaken uit de Droomstaat is dat jij — dat wat je werkelijk bent — het niet meer als persoonlijk ervaart, omdat jij als persoon niet bestaat en automatisch on-persoon-lijk bent, waardoor de scherpe randjes er vanaf gaan. Het idee dat je na het ontwaken uit de Droomstaat een beter persoon zal zijn, je een beter persoon zult gaan voelen, alleen hartstikke gelukkig zult zijn en alleen maar lief zult hebben, is precies dat: een idee! Het is ook nog een fout idee, want het is niet waar.

Dus waarom gaan sommige ‘verlichte meesters’ zo vaak helemaal los? Blijkbaar omdat hun lichaam-geest-systeem dit deed voordat ze wakker werden en blijft doen nadat ze wakker zijn. Het feit dat hun lichaam-geest-systeem het blijkbaar fijn vindt om goeroe te zijn, het hebben van macht over hun volgelingen of leerlingen een goed gevoel oplevert en dat daaraan toegegeven wordt, is meestal wel een teken aan de wand. Een natuurlijk functionerend lichaam-geest-systeem heeft genoeg aan zichzelf en heeft de validatie van ‘een ander’ niet nodig. Alleen ‘Egozelf’ zoekt validatie en alleen ‘Egozelf’ wil geld, macht en status; alleen ‘Egozelf’ wil gezien en erkend worden en is bereid dat ten koste van anderen te bereiken of te verkrijgen.

Terug naar de internet verslaving of verslaving in het algemeen, en laat ik het hebben van depressies erbij betrekken voor een volledig verhaal. Als mijn lichaam-geest-systeem gevoelig is voor verslavingen en depressies, wat zo is, dan zal dat altijd zo blijven. Wanneer de identificatie met dat lichaam wordt doorzien als niet waar en niet zo, verandert de projectie en zijn programmering niet. Het enige wat verandert is de manier waarop dit lichaam met zijn verslaving en depressies wordt ervaren door wat ik schijnbaar werkelijk ben; en het ervaren is niet persoonlijk omdat ‘dat wat ik ben’ niet persoonlijk is.

Het is een schijnbare paradox dat hetgeen ik werkelijk ben niets met mij te maken heeft, maar dat is alleen een paradox voor wat ik hier denk en geloof te zijn en dat ben ik niet — maar dat terzijde.

Het is ‘Egozelf’ dat wil dat er wordt toegegeven aan een verslaving, het is ‘Egozelf’ dat wil dat een depressie bloedserieus wordt genomen, maar wanneer je inziet dat jij niet ‘Egozelf’ bent, kun je de keuze maken er niet naar te luisteren. Ik hoor nog steeds de stem van ‘Egozelf’ die mij iets wil laten doen of iets wil laten voelen en het wordt steeds makkelijker en ook steeds grappiger om het gewoon te negeren… op een gegeven moment geeft ‘Egozelf’ het op en gaat dat wat schijnbaar speelde vanzelf voorbij.

Ik bijt me niet vast in dat gevoel van “wat the fuck moet ik nou doen nou ik geen internetverbinding heb!?” dat opkomt in het lichaam-geest-systeem wanneer het er achter komt dat zijn modem overleden is. In feite sta ik er bij en kijk ik er naar en merk ik dat het gevoel en de onrust dan langzaam vermindert tot het opeens weg is. Het wordt pas een echt dingetje wanneer ik het serieus neem en geloof, dan heeft ‘Egozelf’ mij bij de kloten en wordt het steeds groter tot het mijn hele avond, morgen mijn hele dag en misschien uiteindelijk zelfs mijn hele leven beheerst — zoals dat vroeger het geval zou zijn.

Het lichaam-geest-systeem doet wat het doet en reageert zoals het reageert en dat zal altijd zo blijven, maar als ik dit lichaam niet zie als mijzelf of van mij en zijn acties niet ervaar als door mij of voor mij, dan is het wat het is en gaat het vanzelf weer voorbij; of dit nou verslaving of depressie is, een goed gevoel of een kutgevoel, lachen of huilen, dat maakt geen enkel verschil omdat het letterlijk niets met mij te maken heeft.

Maar voor de mensen om mij heen lijkt het nog steeds alsof er niets is verandert, voor hen ben ik nog steeds dit lichaam dat verslavingsgevoelig en soms depressief is, omdat zij alleen de vorm zien en dat herkennen als zijnde ‘Frits’ — en die ‘Frits’ wordt verward met wat zij denken en geloven dat ‘ik’ ben. De enige die kan ‘zien’ en ervaren en ‘soort van weten’ hoe het werkelijk zit, is dat wat ik werkelijk ben en dat is niet dit lichaam, niet deze geest, niet dit systeem en niet het besturingsprogramma dat in dit lichaam-geest-systeem draait waar verslavingsgevoeligheid en depressies een onderdeel van zijn.

‘Egozelf’ wil graag dat ik het anders zie, dat ik het als persoonlijk blijf ervaren, en daarvoor zet ‘Egozelf’ de Droomstaat in om mij terug in mijn hok te jagen. Het probeert mij ervan te overtuigen dat ik niet ontwaakt ben omdat het lichaam nog steeds verslavingsgevoelig en af en toe depressief is en aangezien ‘ik’ dat ervaar en voel moet ‘ik’ dus wel dat lichaam zijn. Het zet mensen om mij heen in die gaan roepen dat ik niet ‘ontwaakt’ ben omdat het lichaam dat zij herkennen als ‘Frits’ nog steeds verslavings-gevoelig en af en toe depressief is; bovendien noem ik me nog steeds ‘Frits’ en lijk ik te reageren op wat er om mij heen gebeurt, dus ik moet wel dat lichaam zijn.

‘Egozelf’ doet dat bij iedereen en het is in staat een meerderheid van de mensen te overtuigen van de waarheid van het zijn van het lichaam, maar ik kies er voor om daar niet meer naar te luisteren omdat ik daadwerkelijk beter ‘weet’. Blijkbaar is niet luisteren en niet doen wat er gezegd wordt een optie en dat noem ik vrijheid of gewoon ‘winst’; niet straks of morgen of overmorgen, maar nu, hier, op dit moment, omdat ik letterlijk nooit dat lichaam ben geweest.