START WELKOM INHOUD NIEUWS WEBSITES CONTACT DONEREN

TEKSTEN:
ARCHIEF INDEX

BLOGS:
SNIPS' AUTOLYSE
IN DE ZANDBAK
FRITS SNIPS

CURSUS:
AUTOLYSE
MEDIA: STREETLIFE PICS
STREETLIFE VIDS
E-BOEKEN
AUTOLYSE VIDS
MUZIEK

NIEUWS ARCHIEF
FACEBOOK

VERVERSEN
 IN DE ZANDBAK
De Noodzaak van Nut Hebben — 260218

Ik geloof dat het gevoel van nut hebben en er toe doen van groot belang is voor de mens als wezen. Ik merk dat ook bij mijzelf op een dag als deze, waarop ik de gehele dag binnen zit, af en toe wat schrijf, beetje piano speel. Ergens komt op een of andere manier het idee binnen dat ik iets nuttigszou moeten gaan doen.

Dit is nergens op gebaseerd. Mijn leven wordt niet beter, heeft niet meer nut en doet er niet meer toe als ik in plaats van binnen blijf naar buiten ga en onder de mensen kom. Toch is dat een gevoel wat opkomt, samen met het gevoel van tijd verspillen met onbelangrijke dingen terwijl ik naar buiten zou kunnen gaan en genieten van het mooie edoch koude weer.

Het ene is niet beter dan het andere. Je hele leven lang vijf dagen per week van negen tot vijf werken is niet beter dan werkloos zijn, want aan het einde van de rit gaan beiden dood en wordt hetgeen ze deden of niet deden gedaan of niet gedaan door een ander. Iedereen is inwisselbaar en als ik nooit geboren was zou er nu iemand anders in deze woning wonen en weer iemand anders achter deze laptop zitten.

Of ik iets doe of niets doe op welke dag dan ook verandert de baan van de aarde niet, het effect en het belang van alles wat we wel doen of niet doen is totaal verwaarloosbaar ten opzichte van dat wat er gebeurt en de mens schat zich elke seconde van de dag veel te hoog in. Niemand doet er toe, iedereen is inwisselbaar… ook ik.

Ik hoef niets te doen en wat ik wel doe — schrijven, piano spelen, wandelen, werken — is van geen werkelijk belang in het geheel der dingen en had ik net zo goed niet kunnen doen.

Bram Vermeulen schreef ooit optimistisch:

“Ik heb een steen verlegd, in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.”

Dat is onzin om de simpele reden dat het de rivier geen reet kan schelen of er wel of niet een steen in ligt, hij gaat nog steeds richting zee en geen seconde langzamer dan voorheen. Het idee van Bram dat hij dankzij die steen nooit vergeten zal zijn en het bewijs van zijn bestaan had geleverd, bestond alleen in zijn eigen gedachten, in zijn  eigen waan, waarmee hij zichzelf een belang, waarde en invloed toedichtte die hij in werkelijkheid niet had… en niemand ooit heeft.