START WELKOM INHOUD NIEUWS WEBSITES CONTACT DONEREN

TEKSTEN:
ARCHIEF INDEX

BLOGS:
SNIPS' AUTOLYSE
IN DE ZANDBAK
FRITS SNIPS

CURSUS:
AUTOLYSE
MEDIA: STREETLIFE PICS
STREETLIFE VIDS
E-BOEKEN
AUTOLYSE VIDS
MUZIEK

NIEUWS ARCHIEF
FACEBOOK

VERVERSEN
 IN DE ZANDBAK
Wat Is God? — (020419)

Ik wil hier eigenlijk niet over schrijven. Ik doe al mijn hele leven lang mijn best om het woord ‘GOD’ te vermijden (net als ‘LIEFDE’ overigens), omdat het door de eeuwen heen is verbasterd waardoor de ware betekenis volkomen is verwaterd en iedereen er een ander beeld bij heeft.  Maar ik vrees dat ik er toch een keer aan moet geloven (no pun intended).

Op internet kom ik grofweg twee verschillende definities tegen. De eerste stelt…
“Een god of godheid is een hypothetisch bovennatuurlijke entiteit die door gelovigen als machtig, bovenmenselijk wezen wordt aanbeden en verantwoordelijk wordt geacht voor bepaalde aspecten van de werkelijkheid, dan wel voor de werkelijkheid als geheel.”

— (bron: wikipedia)
De tweede komt van mensen die deel uitmaken van een religie en ervan overtuigd zijn dat ‘GOD’ het universum en de mensheid heeft gecreëerd, alles in de gaten houdt en waar nodig oordeelt en/of straft.

Bij de eerste definitie gaat men uit van een ‘hypothetisch wezen’. Met andere woorden, men gaat uit van een ‘GOD’ als wezen of entiteit, maar omdat daarvoor geen bewijs is, gaat men ervan uit dat die ‘GOD’ niet bestaat. Men vraagt zich niet af of het idee ‘GOD’ wellicht toch op een bepaalde manier — bijvoorbeeld als een entiteitsloos iets — een bestaansrecht of realiteit zou kunnen hebben; zij ontkennen elk bestaan van ‘GOD’ als werkelijk en zien geloof in ‘GOD’ als een simpele en wellicht niet al te intelligente manier om onverklaarbare zaken weg te wuiven als ‘de wil van God’.

Bij de tweede definitie gaat men er zonder enig bewijs van uit dat ‘GOD’ werkelijk bestaat en een entiteit of een ‘personage’ is dat direct invloed uitoefent op het leven op aarde, zonder open te staan voor een andere interpretatie. Beide kampen staan recht tegenover elkaar en dat is vanzelfsprekend iets waar Ego-Zelf ontzettend blij mee is.

In beide gevallen gaat men uit van een aanname die schijnbaar niet in twijfel wordt getrokken. Of ‘GOD’ bestaat niet werkelijk in welke vorm of niet-vorm dan ook, of ‘GOD’ bestaat en is een entiteit of personage. Beide partijen zijn er absoluut van overtuigd dat ze gelijk hebben, maar kunnen voor hun aannames of uitgangspunten geen enkel bewijs leveren — en dan heb ik het nog niet eens over de verschillende elkaar bestrijdende religies die zonder enig bewijs in andere Goden geloven en er absoluut van overtuigd zijn dat hun eigen onbewezen God de enige echte is.

De keuze die ik lijk te hebben is best wel zwart-wit. Of ik geloof dat ‘GOD’ bestaat en dan hoor ik bij religie, of ik geloof dat ‘GOD’ niet bestaat en dan hoor ik bij de wetenschap, terwijl de vraag ‘Wat is GOD in essentie?’ nooit werkelijk wordt gesteld. Men gaat er blind van uit dat ‘GOD’ of een entiteit is of niet bestaat, en als je niet voor de een bent, dan hoor je bij de ander, en visa versa. Er lijkt geen tussenweg te zijn, terwijl die er wel is.

Dus, hoe zie ik ‘GOD’ dan? Ik zie ‘GOD’ als een woord dat verwijst naar ‘dat wat geen twee is’. Zoals bekend is, zie ik dit leven als dromen (werkwoord, niet effect) en net zoals wanneer wij ’s nachts dromen er een wereld in ons lijkt te verschijnen, zo moet het dagelijkse dromen (nog steeds als werkwoord) ook ergens in verschijnen.

Mijn idee is dat er het geheel is, dat wat IS, en dat dit het enige is dat werkelijk bestaat. Maar schijnbaar is op een gegeven moment — of het is altijd zo geweest, dat kan ook — het dromen gaan gebeuren, met als resultaat onze dualistische schijnbare realiteit ‘leven op aarde’. Nu is mijn theorie dat de mensheid altijd het idee of gevoel heeft gehad dat het voortkomt uit iets of bestaat binnen iets. Op een gegeven moment is men dit geheel waarin het dromen lijkt te verschijnen ‘GOD’ gaan noemen en na verloop van tijd, we weten allemaal hoe dat gaat, zijn mensen er mee aan de haal gegaan.

Die lui, meestal georganiseerd in een orde, hebben zich gerealiseerd dat, als ze van het ‘geheel waarbinnen het dromen schijnbaar gebeurt’ een personage maken die alles in de gaten houdt en kan straffen, en als het hen lukt om dit de bevolking wijs te maken, zij makkelijker die bevolking in de hand kunnen houden en zelfs manipuleren. Misschien zijn ze het zelf ook gaan geloven, maar dat maakt het nog geen waarheid.

Dus, geloof ik in ‘GOD’? Ja, hoewel ik het niet ‘geloven’ noem. Ik ben er van overtuigd dat dit leven op aarde alleen maar dromen is (ja, nog steeds het werkwoord zonder effect) en dat alles wat er schijnbaar gebeurt en ontstaat het gedroomde is. Uiteindelijk zal dit dromen stoppen en zal er nooit iets zijn gebeurd.

Dit geheel waarin dit dromen gebeurt en schijnbaar plaatsvindt is wat ik ‘GOD’ zou kunnen noemen, maar dat is niet een personage of een ‘ding’. ‘GOD’ heeft geen invloed op het dromen, grijpt niet in, oordeelt en straft niet, luister niet naar gebeden en helpt niet om beslissingen te nemen… puur en alleen omdat ‘GOD’ niet bewust is van het dromen.

Die laatste zin is lastig omdat het een paradox lijkt in te houden. Als ‘GOD’ het geheel is waarin het dromen gebeurt, hoe kan ‘GOD’ daar dan niet van bewust zijn? Er is toch alleen maar bewustzijn? Ja, dat klopt, we kunnen vaststellen dat er alleen bewustzijn is, maar aangezien ‘GOD’ niet een ‘ding’, ‘entiteit’ of een ‘personage’ is, moeten we ook vaststellen dat er alleen bewustzijn is en niet iets dat zich bewust is. Er is alleen het dromen als werkwoord en niet een dromer als zelfstandig naamwoord, ‘GOD’ is alleen maar de ruimte die dient als facilitering voor het dromen.

Als ik een stap verder ga, dan zie ik dat dit dromen over een aarde, net als ons nachtelijk dromen, geen werkelijkheid is en dat alles wat bestaat en leeft slechts een projectie in ‘GOD’ is. Zonder dat ‘GOD’ ervan bewust is, blaast ‘GOD’ leven in ons en de show waarvan we onderdeel zijn. De enige obstructie binnen dat schijnbare proces, het verschil tussen een ‘gelukkigere’ droom en een nachtmerrie, is onze overtuiging dat we een werkelijk bestaande fysieke entiteit zijn binnen een werkelijk bestaande fysieke werkelijkheid met een vrije wil en de overweldigende wens en urgentie dat het allemaal anders zou moeten zijn.

Je zou kunnen zeggen dat wij de gedroomde onbewuste fantasie zijn van ‘GOD’; niet ‘GOD’ zelf maar wel een soort van goddelijke projectie. Dit heeft letterlijk niets te maken met religie, aangezien binnen mijn inzicht ‘GOD’ niet iets is. ‘GOD’ is een woord voor ‘allesomvattende ruimte vol oneindige schijnbare mogelijkheden’. ‘GOD’ is het geheel — Dat wat IS — waarbinnen schijnbaar dromen plaatsvindt en binnen het dromen zijn we het alleen maar ‘GOD’ gaan noemen omdat wij als de gedroomde personages zo ontzettend graag elk beestje een naam willen geven.